Wij hebben bewust gekozen voor twee eigenzinnige types binnen de jachthonden. We stellen ze graag aan u voor.

Petit Basset Griffon Vendéen

Het ras

Binnen de Griffon Vendéen bestaan er vier rassen; de grootse is de Grand Griffon Vendéen, de middelmaat is de Briquet en dan de twee laagbenige (basset) varianten zijn de Grand Basset Griffon Vendéen en de Petit Basset Griffon Vendéen. De Bassets zijn de twee rassen die het meest voorkomen in Nederland, en wij hebben gekozen voor de Petit. De PBGV dankt zijn naam aan het feit dat een kleine, laagbenige hond is uit de Vendee, een gebied aan de Franse westkust. Uitdrukkingen als ‘Duveltjes in een doosje’ of ‘Een duiveltje in het veld, maar een engeltje in huis’ kom je regelmatig tegen in de informatie over de Petit. Ze zijn dan ook gefokt om in de meute hun mannetje te staan op de jachtvelden. Ze zijn klein van stuk en met hun ruwe vacht uitermate geschikt om in de doornstruiken op zoek te gaan naar konijn maar kunnen ook ingezet worden op ree. Het opstoten van het wild is hun taak. Om de jager te kunnen laten weten waar de meute zich bevindt en natuurlijk als communicatie middel binnen de meute beschikken ze over een bijzondere blaftoon, ‘luid’. Een prachtig gehoor! Daarnaast zijn ze met hun lange, soepele oren, ruige vachtje en vriendelijke ogen een bijzonder leuke verschijning. En alsof ze het weten, maken ze hier ook graag gebruik van en weten ze menigeen om de vinger te winden. Hier schuilt dan ook meteen het gevaar, want het zijn super intelligente honden die overtuigt zijn van hun eigen kunnen wat ze erg eigenwijs en eigenzinnig maakt. Samen met een zeer ontwikkelde neus die ze maar wat graag achterna lopen maakt dit ze niet tot de meest makkelijke en gangbare gezinshond. Ze hebben dan ook een baas nodig die zich als echte leider van de ‘meute’ (het gezin) op stelt. Maar is deze rangorde eenmaal bepaald, dan heb je er een geweldige huishond aan met een vriendelijke aard, zeker ook voor kinderen. Met voldoende aandacht, beweging en uitdaging zijn het dan in huis ook nog eens heel rustige honden. Wat daar natuurlijk aan bij kan dragen is een goede basis leggen met de opvoeding. Begin zo vroeg mogelijk met gehoorzaamheid in de vorm van puppycursus en later de vervolgcursussen – volgens ons tot in ieder geval een 1,5 jaar. En ga een goede uitdaging voor de hond zoeken waarin hij zijn passie kwijt kan. Een vorm van speuren of jacht. Dit is ook nog eens bijzonder goed voor de band tussen baas en hond. Wat wij ook nog graag willen benadrukken is de oorsprong als meutehond. Dit groepsgevoel zit er nog echt diep in geworteld en contact met andere honden is dan ook heel belangrijk voor ze. Een maatje in huis stellen ze dan ook erg op prijs… Ze kunnen wel als hond alleen gehouden worden, maar toen wij na 2 jaar de Teckel in Bas zijn leven brachten, kregen we een hele andere hond en dit was fantastisch om te zien. Kortom, een Petit is echt een geweldig leuk maatje voor het leven, maar wel met een gebruiksaanwijzing!

De verzorging

De vacht van de Petit is ideaal te noemen. Ze verharen vrijwel niet, eenmaal nat zijn ze in een mum weer droog en modder of zand valt er gemakkelijk af. Uiteraard geldt dit wel alleen voor goed onderhouden vachten, en helaas ontbreekt het daar nog wel eens aan.
We willen u graag uitleggen wat de vachtverzorging van de Petit in houdt. Kort door de bocht is een wekelijkse, grondige kam beurt voldoende en brengt u de hond zo’n 2 tot 4x per jaar naar de trimster voor een pluk beurt. De Petit heeft een prachtige ruwharige vacht wat natuurlijk één van de raskenmerken is. Oorspronkelijk beschermde deze vacht de hond tijdens de jacht in gebieden met doorn struiken. Een ruwharige vacht dient niet geknipt te worden (hier wordt de vacht zacht van) maar geplukt. Een goede trimster weet hoe dit moet en onze rasvereniging organiseert ook rasspecifieke bijscholing voor de trimsters en kan ook bemiddelen bij het zoeken naar een goede trimster voor uw hond. Uiteraard bent u ook welkom in onze Trimsalon. Het overgrote deel van de vachtverzorging dient u natuurlijk thuis te doen. De fokker zal al een paar keer een kammetje door de vacht van de pup halen om een beetje te wennen aan de vachtverzorging. Wij beginnen vervolgens zelf vanaf dag 1 dat de pup bij ons is. Een paar keer per week even op tafel en op een gezellige manier, rustig aan, overal met het kammetje door de vacht heen gaan. Ook de oortjes, de baard, en de pootjes wat de pup niet altijd graag toe wil laten. Als de nesthaartjes beginnen los te laten (en dat kan al vrij vroeg) kan dit wat klitjes veroorzaken die er met beleid uit gekamd moeten worden, het is dan natuurlijk erg fijn als de pup al wat gewend is. Gaat dit allemaal goed dan wordt langzaamaan een lekkere verzorgingsbeurt van eens per week de norm. Met een goede kam (evt. een fijne en grove) wordt dan de gehele vacht tot op de huid door gekamd. Belangrijke plekjes om te controleren zijn achter de oren en in de oksels, hier kan makkelijk een klitje ontstaan. Tevens controleer je tussen de tenen en kussentjes op klitjes en andere zaken. Het haar tussen de teentjes en voetzolen kan eventueel weg geknipt worden. Maar dit is dan ook het enige gebeid waar een schaar aan te pas mag komen, verder is dat echt uit de boze! Meestal vindt rond 3 maanden de eerste plukbeurt plaats. Het juiste moment merk je vanzelf, als de hond begint te verharen of er komen plukken vanaf met kammen, dan is ‘ie plukrijp! Met de trimster bepaal je dan het volgende moment, wat zeker bij een jonge hond ook weer een 3 maanden later zal zijn. Met de eerste plukbeurten leg je een basis voor hoe de vacht zich zal ontwikkelen dus het is zeker van belang dat dit op de juiste manier gebeurt.

Dwergdashond Ruwhaar

Het ras

Teckels zijn veelzijdige jachthonden, misschien wel de meest veelzijdige jachthonden die er bestaan! De officiële benaming is dashond, en verklapt meteen dat ze vroeger werden gefokt voor o.a. de jacht op dassen. Door hun kleine formaat en korte pootjes konden ze gemakkelijk de ondergrondse burchten in om de das te pakken te krijgen en dit kwam ook van pas in de jacht op bijvoorbeeld de vos. De vader van Lizzy, Jackpot von Sunderhaar, wordt nog altijd in de vossenbouw ingezet om te werken. Van deze kleine hondjes werd en wordt dus verwacht om zelfstandig de ondergrondse gangen in te gaan en daar het dier te overvallen en overmeesteren. Hoe dapper en stoer moet je daar wel niet voor zijn?

Naast het ondergrondse werk draait de Teckel zijn poot ook niet om voor de jacht op wild zwijn of het apporteren van een geschoten eend uit het water. Het zal u dan ook niet verbazen dat er een enorme kracht in deze kleine hondjes verscholen zit en een ijzersterk doorzettingsvermogen en flinke dosis intelligentie wat resulteert in eigenwijsheid (waarbij wij graag de nadruk leggen op WIJS). En… u kunt de Teckel wel uit de jacht halen, maar u haalt de jacht niet zo maar uit de Teckel! De Teckel is dan ook allesbehalve een schoothond, maar zeker wel een hond die veel te leren valt en bereid is om voor de baas door het vuur te gaan. Het zijn dan ook aanhankelijke, lieve honden die prima in een gezin passen en waar u veel plezier aan kan beleven. Ze zijn altijd vrolijk en aanhankelijk en zorgen steevast voor een glimlach op je gezicht, maar hebben wel een uitdaging nodig. Ze zijn altijd in voor een flinke wandeling (en goed opgevoed kunnen ze ook prima los lopen en lekker ravotten) en als u geen interesse heeft om zich met de jacht(-training) bezig te houden dan kunt u met de Teckel ook aan de slag in bijvoorbeeld de gehoorzaamheid. Wij hebben en fokken uitsluitend met de ruwhaar/dwerg variëteit. De ruwharen hebben een stugge vacht en mooi ‘garnituur’, dus volle snor, dikke wenkbrauwen en zijn ook wat hariger aan de poten. De vacht vraagt om weinig tot geen onderhoudt, mits u de hond naar de goede trimster brengt voor een 2 of 3 jaarlijkse plukbeurt. Lizzy heeft tussen de plukbeurten door een onderhoudsvrije vacht die vrijwel niet verhaart. Wij controleren alleen regelmatig de lengte van de nagels, knippen indien nodig wat overtollig wol tussen de kussentjes (onder de voeten) weg enzovoorts.